Posts tonen met het label 4. China. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 4. China. Alle posts tonen

maandag 17 november 2008

Yunnan

De overgang

Oeff, net op de tijd de bergen uit: we worden op sneeuw getracteerd als we 's ochtends wakker worden te Shangri-la. Met de kleine stenen straten, lampionnetjes en houten huizen verkeren we daardoor ineens in een kerstsfeer. Maar ach, vanaf nu wordt alles warmer en makkelijker, toch?

In kou en regen fietsen we naar het zuiden, via de Tiger Leaping Gorge. Een enorme kloof waardoor de Yangtse rivier buldert. In twee (regenachtige) dagen lopen we hoog door de kloof met geweldig zicht op de rivier, daarna gaan we er per fiets doorheen, wat een spectakel. Met veel slepen, tillen en duwen bereiken we een kleine pont die ons over de Yangtse zet. Aan de overkant kunnen de tassen gelukkig per paard de steile wand omhoog, de fiets slepen wij wel. Bij een volgende klimetappe over een blubberweg ontdekken we na 3 zwetende uren dat we in het verkeerde dal zitten. Tja, dat was ons nog niet gebeurd deze reis. Vol goede moed gaan we naar de goede weg, die moet wel beter zijn. Met 40 kilometer klimmen over kasseien zitten we daar helaas ver naast. Vermoeid stranden we bij een Naxi familie, zij hebben nog een kamertje vrij als we beloven niet met z'n tween in een bed te gaan (zien we er toch nog zo fit uit?)

Richting Lijiang laten we de laatste besneeuwde bergtoppen achter ons. Lijiang is een oud Naxi dorp met schilderachtige zichten; kleine steegjes met rode lampionnen, houten huisjes met leien daken, kraakheldere kanalen met goudvissen en maiskolfverkopers in iedere straat. 's Ochtends dansen de oude vrouwtjes in klederdracht op het plein en 's avonds zien we de mannelijke 80-plussers in een orkestje spelen. Allemaal keurig in een glimmend pak met wijde mouwen en met een lange grijze sik. Het idyllische dorpje is wel overspoeld met chinese toeristen die het 's avonds op een zuipen zetten en vaak kotsend over de schattige bruggetjes hangen. Arme goudvissen.
Nog zuidelijker mag de korte broek weer aan. Op de weg naar Dali zien we de eerste rijstterrassen waar deze provincie, naast de thee, zo beroemd om is. De veranderingen gaan ineens heel snel; De grasslands zijn verruild voor terrassen, zover het oog reikt. In plaats van walnoten eten we kokosnoten, de yaks hebben plaats gemaakt voor waterbuffels en we drinken groene thee in plaats van yakboterthee.
Om wat chinese cultuur te ervaren boeken we een Tai Chi les. In het donker wachten we 's ochtends op de leraar. Hij komt aangerend in z'n zijden pakje en zegt 'volg mij!' In een flink tempo rennen we omhoog door de oude stad naar de stadsmuur waar zojuist de zon van achter de bergen verschijnt. Uiterst geconcentreerd maken we vervolgens de langzame en sierlijke bewegingen van de Tai Chi. Het voelt heerlijk zo de dag te beginnen en onze betonnen benen eens te stretchen.
Midden in het bos juichen we als we door de 10.000 fietskilometers gaan, hoera!! Kennelijk een kritische grens voor onze materialen want we hebben voor het eerst pech. Voor een probleem met beide trap-assen moeten we 'even' 400 km op en neer met de bus naar de grote stad. Een van de slaapmatjes gaat lek en de versnellingskabel gaat stuk. De laatste repareert Maarten volledig in stijl door het te spalken met een chinees eet-stokje.
De overgang gaat in volle vaart, maar onze kilometers niet. We meenden een redelijk goede weg naar de zuidelijke grens te hebben gekozen, maar vanuit het niets verandert deze in kasseien, dit keer drie dagen lang. Het overige verkeer lijkt (met goede reden) verdwenen en we zijn alleen in de bush bush. Zelfs de chinese toerist laat zich hier niet zien en het geweldige zicht op de terrassen hebben we helemaal voor ons alleen. Het is ongelooflijk wat een zware inspanning men hier levert om de grond te bewerken en gewassen te verbouwen. Ligt het aan ons of smaakt het eten daardoor ook beter? Eenmaal in een grotere stad (met asfalt) horen we dat de weg hierna nog slechter wordt. Veel hebben we niet aan deze waarschuwing want we zullen toch echt die kant op moeten. En hoe erg kan het eigenlijk zijn na 3 dagen kasseien? Met blubber, zand en keien kan het toch echt erger. We schieten voor geen meter op. Gelukkig hebben we er wel schik in, het lijkt net op mountainbiken in de jungle en er komen weer veel duimpjes van passerende motoren.

Na een heerlijke afdaling langs bananen- en theeplantages zitten we nu onder de palmbomen van Jinghong. De overgang naar Zuid-Oost Azie is nagenoeg compleet. China zullen we over een kleine week gedag zeggen en verruilen voor Laos. Wat zal dat land voor ons in petto hebben?

vrijdag 24 oktober 2008

Sichuan

Over de hoge bergpassen van West-Sichuan

Onze weg voert in een zuidwestelijke richting over het Tibet plateau richting Yunnan Province.
Onze reisgids zegt over deze route het volgende:

"The Sichuan-Tibet Highway is one of the world's highest, roughest, most dangerous and most beautiful roads. As yet there isn't much in the way of tourist facilities."
"If possible, the disrepair of roads of the northern route exceeds those on the southern route and offers a real test of the mettle of any mortal who dares set upon them. The highlights are many, however."
Echt een weg voor ons dus...

Het resultaat van deze keuze is een eenvoudige opsomming:
- 12 bergpassen boven de 4200meter
- 1200km op hoogtes tussen de 3000m en 4700m
- 17600 hoogtemeters
- 19 fietsdagen
We mogen van geluk spreken dat we niet alleen achteraf van deze tocht genieten.

De dalen in herstkleuren met wildstromende beken, de hoge bergwanden, de afdalingen, de vele tibetaanse kloosters en de fantastische panorama's maakten dat we door wilden zetten zo lang als we konden. Bovendien kwamen we op de moeilijkste momenten de aardigste mensen tegen. De lokale bewoners hebben ons ontvangen in hun huizen en tenten, waar we altijd konden aanschuiven bij de kachel voor een eenvoudige maaltijd. De overige toeristen, vrijwel uitsluitend Chinezen, hebben ons vanuit hun jeeps aangemoedigd op de hoogste delen van de pas terwijl ze hun videocamera's lieten draaien en vele foto's schoten.

Op het hoogste punt (4738 meter) bij een uitzichtspunt zien we twee toeristenbusjes staan. Het loopt tegen een uur of drie 's middags, ons water is op en door de kou en de harde wind hebbenn we geen geschikt plekje voor de lunch kunnen vinden. We weten wat er gaat gebeuren en grijpen deze kans. We stoppen en ik vraag of we wat water kunnen krijgen terwijl Janneke haast wanhopig aan de chauffeur vraagt of de weg vanaf hier nog meer stijgt...Terwijl we het flesje water wegdrinken en een pakje koekjes openen is het medelijden van de Chinezen niet meer te houden. De bus wordt afgezocht en we krijgen twee repen Toblerone (!), broodjes, een appel, nog meer water en koekjes. Blijkbaar zijn we ook een mooi tafereel voor op de foto: minstens honderd maken ze er.

De lokale tibetaanse bevolking heeft ons ook onvergetelijk ontvangen. Wonend in een tochtige tent op 4200 meter met hun yaks komt hun nederzetting voor ons op het juiste moment. Vermoeid dalen we een stukje af in het grasland en komen bij de drie families. Met z'n allen helpen ze de tent opzetten, proberen onze fietsen uit en we verzamelen de yaks voor de nacht. Samen maken we veel lol met de foto- en videocamera en rond de houtkachel in de tent is het oergezellig. Als we net in ons tentje liggen horen we het gezang van de gehele familie voor het slapengaan.

Voor het bedwingen van de hoge bergpassen hebben we de volgende routine gevonden: in het laatste dorp slaan we eten in voor een aantal dagen; oatmeal met melk en appel als ontbijt, instant noodles voor de lunch en rijst met een blikje vis en groenten als avondmaaltijd. De grote passen kunnen we niet in een dag overwinnen, aangezien we na 1200 tot 1400 meter klimmen aan het einde van onze krachten zijn. Op een paar honderd meter onder de top zoeken we een beschut plekje voor de tent, bij voorkeur dichtbij stromend en schoon water. Na een flitsende routine om de tent klaar te maken voor de nacht, schakelen we over op eten koken. Ik bedien de brander en Janneke snijdt de groenten. Na een half uur kruipen we in de tent om beschut tegen de kou te eten. Daarna snel water koken om af te wassen, thee te maken en vooral om een warme kruik voor in Janneke's slaapzak te prepareren. 's Nachts vriest het zelfs in de tent, maar de slaapzakken zijn voldoende warm. 's Ochtends maken we het ontbijt, slaan het ijs van de tent en wachten tot de zon ons heeft bereikt voordat we onze spullen kunnen pakken. Vertrekkend met muts op, handschoenen en alle kleren aan zijn we klaar voor een dag fietsen.

Ondanks al onze inspanningen komen we in tijdnood. Het visum verloopt bijna en Shangri La in Yunnan Province is de dichtstbijzijnde plek om te verlengen. De omweg die we in het begin van Sichuan moesten nemen en de zwaarder dan verwachte route hebben te veel tijd gekost. Daarbij komt dat Janneke uiteindelijk geen bergpas meer kan zien, hoewel ze zich fantastisch heeft weten te focussen en motiveren om in ieder geval Litang te halen. Na een dagje rust stemt ze zelfs in met nog drie dagen fietsen en klimmen naar de grens met Yunnan, wat een ongelofelijke kracht heeft ze! In Xiangcheng moeten we ons echt gewonnen geven en leggen de laatste 200km met de bus af.

Nu zijn we in Shangri La. Het is een mooi, maar koud stadje op 3300meter met houten huizen. We hebben een luxe lodge uitgezocht met verwarming, zit-toilet en electrische dekens in een heerlijk bed met schone witte lakens. Zo wordt Shangri La toch het beloofde paradijs op aarde.

donderdag 9 oktober 2008

Gansu, Sichuan

In Tibetaanse sferen

Voor onze route naar het zuiden fietsen we grotendeels om het Tibetplateau heen. In de aangrenzende provincies is een groot gedeelte van de bevolking Tibetaans, zoals in Gansu en Sichuan waar wij doorfietsen. Zodra we de Yellow river oversteken verkeren we dan ook volledig in Tibetaanse sferen. We komen in steeds groener gebied waar de kleine Tibetaanse dorpjes opduiken met hun gebedsvlaggen, stupa's en kloosters. Op de eerste pas in dit gebied gooien ook wij volgens Tibetaans gebruik nepgeld in de wind, voor geluk en voorspoed. Daar krijgen we geen spijt van.

We fietsen hoog over de mystieke Ganji Grasslands. In een klein dorpje charteren we 2 Tibetanen met motor om ons naar een afgelegen klooster te rijden. Achter het klooster ligt een buddhistisch grottencomplex waar we samen met een groepje pelgrims in afdalen. Overal witte linten en heilige stenen. Wij moeten net als de pelgrims stenen aanraken, rondjes lopen en heilig water drinken. Helemaal onderin de grot begint een pelgrim ineens keihard Tibetaans te zingen en bezorgt ons kippenvel. We naderen de belangrijkste buddhistische stad na Lhasa; Xiahe. Onderweg vingen we al op dat dit niet meer toegankelijk is voor buitenlanders, maar we besluiten ons van de domme te houden. Wat verkleumd door het afdalen en al laat op de dag arriveren we bij de politiepost. Inderdaad gesloten voor ons, maar de engels sprekende officier (die 3 mnd in NL heeft gewoond ;-) heeft medelij met de arme fietsers. Na veel gebel mogen we in een aangewezen hotel een nachtje blijven. 'Enneh'..zegt de official, 'je zou je morgen zomaar ziek kunnen voelen, dan kun je nog een nacht blijven'. Dat laten we ons geen tweede keer zeggen. Op onze ziektedag bezoeken we het beroemde Labrang monastry, lopen een rondje gebedswielen en zien de astologie-les van de monniken. De monniken zijn stomverbaasd ons te zien. We zijn sinds mei de enige buitenlanders in dit stadje vertellen ze ons. Pas dan realiseren we wat een geluk en voorspoed we toch maar hebben.

Zuidelijker zien we steeds meer (zwaar bewapende) politieposten en bij de derde post gaat het mis. We mogen na uren overleg echt niet verder en moeten ver terug naar het noorden. Maarten: "Misschien is het handig als je nu ging huilen Jansie". Snikkend en snotterend fiets ik bij de post weg en inderdaad; na 5 minuten een tuterende politiewagen die meldt dat we per hoge uitzondering op de politiepost mogen slapen. Nog verwonderlijker is het dat we de volgende dag toch naar het zuiden mogen, zij het per bus. Bij de bushalte wacht een volgend politieteam ons op om ons per pick-up uit het district te zetten, bovenop op een verlate hoge pas. Het is al laat en nog 60 km naar een dorp. We staan er beduusd bij van alles dat ons afgelopen 24 uur is overkomen, wat is hier aan de hand?! De gegeven redenen; slechte weg, slecht weer en landslides kloppen geen van allen. Wij vermoeden problemen met de Tibetaanse inwoners. Gelukkig mag onze tent na een uurtje fietsen in een wei met (350!) yaks staan. Wij zitten weer ouderwets aan de yakboterthee in de tent van het Tibetaanse gezin. In het dorp is wederom iedereen verbaasd ons te zien. Hoe komen jullie hier? Dat gebied zit sinds mei al potdicht. (inderdaad na problemen met de inwoners) You must be very special! Wij glimmen van trots en realiseren ons wederom wat een geluk en voorspoed we toch hebben....

Om het aardbevingsgebied te omzeilen maken we een flinke omweg, volledig off the beaten track. Dagenlang fietsen we in dichtbeboste omgeving waarin her en der kleine Tibetaanse dorpjes opduiken. Speciaal voor de vreemdelingen wordt de sleutel van een oude tempel opgehaald om trots de binnenkant te laten zien. Aansluitend draaien we een rondje gebedswielen achter de monnik aan, voor geluk en voorspoed.

In een volgend dal, met huizen als kasteeltjes, zoeken we slaapplek. We ontdekken treurig genoeg dat bijna geen van de inwoners meer in hun huizen durft na de beving. Achter het dorpje zijn noodtenten en hutjes gezet. Wij voelen ons bezwaard hen lastig te vallen, maar ze laten ons niet meer gaan. Onze tent mag er gezellig bij en er wordt haast ruzie gemaakt waar we mogen eten. Van links wordt een extra matrasje gebracht en van rechts een dikke deken voor onze tent. Hoewel het regent als we 's ochtend wegfietsen, zwaait iedereen ons uit tot we uit het zicht verdwenen zijn. Waar hebben we dit toch aan verdiend?

Komende weken zullen mooi en zwaar worden als we het oostelijk Tibetplateau bestijgen. Veel hoge passen en lage temperaturen. Bijgeloof of niet, we draaien onderweg aan zoveel mogelijk gebedswielen en de stapeltjes nepgeld liggen alweer klaar in de voortas. Gaat dus helemaal goed komen!

woensdag 17 september 2008

Gansu & Qinghai

Over Woestijnen, de Grote Muur, Sleeping Buddha's en Hoge Bergen

Dit waren de laatste weken die we zijn gefietst over wat de zijde-route mag heten. Het was een heel afwisselend stuk waarin we qua landschap en weersomstandigheden alles zijn tegengekomen wat we in de afgelopen vier maanden hebben gezien. Het grootste gedeelte ging door de Gansu-corridor, de enige doorgang voor de caravanen op de zijde-route. We zijn deze corridor ingereden vanaf Dunhuang door de Gobi-woestijn en we zijn er uitgereden over het hoge Qilian-gebergte.

Dunguang is een oase, bekend om de Buddhistische grotten van Mogao en om de zandduinen met het Crescent Moon lake aan de rand van de stad. Na vele maanden moslimkunst en -architectuur vergapen we ons nu plotseling aan eeuwenoude muurschilderingen en 36-meter hoge Buddha's. Deze grotten zijn vaak in opdracht van rijke handelaren gebouwd om te bidden voor een veilige reis op de zijde-route of om te bedanken voor een geslaagde expeditie.

Op weg van Dunguang naar Jiayuguan gaat onze route door de Gobi-woestijn. Er zijn vrij veel oases en het weer is gunstig waardoor we niet echt hoeven af te zien. Hoe moeilijker het terrein hoe meer medeleven we krijgen van degene die gewoon per auto reizen. Wanneer het warm en droog is krijgen we geregeld flesjes water en meloenen aangereikt naast vele duimpjes vanuit de ramen. Zorgen maken we ons wel even als er plotseling aan de horizon een donkergele wolk verschijnt en de wind aanwakkert. Alles duidt op een zandstorm en we hebben gelezen dat die soms vier dagen kunnen aanhouden. We moeten nog een kilometer of 15 naar het eerste dorp en met de wind in de rug besluiten we er zo snel mogelijk heen te rijden. De storm, die slechts een paar uur aanhoudt, blijven we niet echt voor maar we bereiken het dorp veilig.

Nog twee echte zijde-route steden liggen op onze weg: Jiayuguan en Zangye. De caravanen keken vroeger smachtend uit naar Jiayuguan want vanaf daar begon de beschaafde wereld en waren de grootste gevaren achter de rug. Hier begint dan ook de Chinese Muur met een indrukwekkend fort dat de gehele doorgang van de Gansu-corridor controleerde. In Zangye ligt de grootste slapende Buddha van China in een paleisachtige tempel. Zangye was ook een belangrijke stad in de tijd van Marco Polo die hier op zijn reis blijkbaar een jaar heeft doorgebracht.

Vanaf Zhangye gaan we richting zuiden om het Qilian-gebergte over te steken. Het is hier een grote boerderij, waarin iedereen ijverig aan het werk is. Vrijwel alles gaat handmatig of met behulp van yak, os of koe. Alle boeren leggen het werk wel even stil om naar de passerende fietsers te kijken. Wij zwaaien en zij zwaaien enthousiast terug. Overal ligt de oogst keurig gebonden op de velden of op de karren en vrachtwagens. Geen stukje land blijft ongebruikt en zelfs op de steile berghellingen zijn terrassen gemaakt met een eenvoudig, maar ingenieus irrigatiesysteem.

We passeren Mati Si, een heilige buddhistische plek waar we een dagje blijven om door de herftskleuren te lopen. Nu liggen de bergen voor ons en we weten niet goed hoeveel passen we tegen gaan komen en van welke hoogte die dan wel zijn. Het is hoog, er zijn drie passen van om en nabij de 3700 meter en het is koud, compleet met hagelbuien. De weg is daarentegen super goed en hij klimt geleidelijk waardoor we er niet veel moeite mee hebben. In de ochtend is het weer steeds helder en kijken we onze ogen uit. Er ligt al sneeuw op de bergtoppen, maar de yaks en schapen grazen nog steeds in grote kuddes op de graslanden. De mensen zijn voornamelijk Tibetaans of Hui (Moslim) en we worden door hen hartelijk aangemoedigd.

We zijn nu in Xining voor een dagje rust en een bezoekje aan een Tibetaanse tempel, Ta Er Si. Hier leven zo'n 700 monniken in een groot tempelcomplex en er hangt een heel bijzondere sfeer.

Na vijf maanden naar het oosten te zijn gefietst zullen we afbuigen naar het zuiden en daarmee de zijde-route verlaten. We gaan richting Sichuan en Yunnan province. Er liggen nog veel en hoge bergen op onze weg en de herfst zit ons op de hielen.
Ons avontuur dendert voort!

P.S. Voor degenen die dit nog niet hadden ontdekt.
In de kantlijn vind je links naar alle foto-albums en naar de statistieken van de etappes.
Of je gebruikt deze links:

zondag 31 augustus 2008

Xinjiang

Reizen als luie toerist

In China vieren we onze prestatie van afgelopen 4 maanden. Alles is hier verkrijgbaar en de eerste dagen besteden we dan ook vooral aan veel en lekker eten om weer op krachten te komen. We genieten al zappend en etend in bed van ons luxe hotel en van gewassen kleren. Het is nu tijdelijk even klaar met fietsen voor ons. Onze fietsen laten we achter in Urumqi, zodat we naar Peking kunnen voor de Spelen en op en neer naar Nederland voor de bruiloft van Jorrit en Nienke en de pensioenering van Maarten's ouders. Daarna zullen we starten met deel 2 van ons avontuur en weer per fiets verder reizen.

In de provincie waar we zijn, Xinjiang, zien we nog niet het China zoals bekend van alle plaatjes. Dit is het land van de Oeiguren en lijkt (gelukkig) nog ontzettend op centraal Aziƫ. Veel boerenland met zo nu en dan een grote moderne stad. We laten ons als 'luie toerist' vervoeren naar alle mooie plekken. Zo komen we terecht op de veemarkt van Kashgar, waar meer te beleven is dan in Artis. De hele ochtend komen karren aangereden met klein vee, klaar om verkocht te worden. Open vrachtwagens met reusachtige stieren en Oeiguren die achter ontsnapte geiten aan rennen. Er worden testritten met de ezels gemaakt, terwijl alle schapen op kleur worden opgesteld. Even verop kunnen we genieten van super verse kebab...
We gaan vervolgens naar Karakol, een schitterend blauw meer aan de voet van Mustag Ata (7400mtr). Hiervoor rijden we een aantal uren over de Karakorum Highway (richting Pakistan). De weg is prachtig, maar helaas is het uitzicht minder: door een storm in de nabij gelegen Taklimakan woestijn is de lucht al 3 dagen gevuld met fijn zand en lijkt het alsof er continu mist hangt. We genieten er niet minder om en maken een lange rit per paard om het meer. In de yurt waar we 's avonds slapen eten we watermeloen met de familie. Smakken hoort er hier bij en met de hele familie lijken we wel een klein orkestje. Voor we terug naar huis gaan, komt de yurt-eigenaar nog snel met een schaap aangelopen voor de chauffeur. De kofferbak gaat open en ook het schaap kan zeggen dat hij op de Karakorum is geweest, al waren het zijn allerlaatste uren.

De Taklimakan woestijn steken we over per trein. We belanden in de heetste stad van China; Turpan. Door de combinatie van hitte en water groeien er reusachtige druiven in deze oase. Veel straten zijn overdekt met druiven, een perfecte beschutting tegen de brandende zon. In Grape valley kunnen we heerlijk chillen onder de enorme druiventrossen, met een wijntje in de hand en een schaal druiven natuurlijk.

Na een paar dagen zonder fietskilometers beginnen we echter wat onrustig te worden en natuurlijk heeft Maarten alweer een plan klaar. In Urumqi laten we ons en de fietsen 120 km verderop afzetten bij het 'Heavenly lake'. De laatste 20 km omhoog doen we zelf, zonder bagage. Na een frisse duik in dit turquoise gletsjermeer dalen we per fiets af. Het wordt langzaam droger en droger tot we daadwerkelijk in de woestijn zijn. We fietsen tussen kamelen terwijl we de besneeuwde toppen nog kunnen zien! Op het gladde chinese asfalt kunnen we flink doortrappen en zo bereiken we uiteindelijk de moderne stad Urumqi weer, waar we heerlijk met vermoeide benen aankomen.

Vanuit Urumqi vliegen we naarPeking, waar ons de grootste cultuurshock tot nu toe wacht: het Holland Heineken House. Het is even inkomen tussen alle oranje shirts en lallende Nederlanders, maar we zijn het zelf nog niet verleerd. We zijn getuige van de gouden en zilveren roei-medailles en feesten mee met Alex en Erika op de tribune als de hockeydames door gaan naar
de finale. In het birdsnest genieten we van atletiek, het is schitterend om zoveel sport-emotie te kunnen zien.

Deel 1 van ons avontuur sluiten we af zoals we het in Beirut begonnen zijn; we worden in de watten gelegd door een collega van Maarten; Ernst en zijn vrouw Kim. Dit keer geen lokale lekkernijen, maar hollands brood met hagelslag en pindakaas, wat een genot!