Posts tonen met het label 1. Midden-Oosten en Turkije. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 1. Midden-Oosten en Turkije. Alle posts tonen

zondag 11 mei 2008

Turkije 2

Turkije; wind, koude en sneeuw. Maar dan is er thee!

De laatste week in Turkije is behoorlijk anders dan de eerste drie weken van de reis. We gingen de bergen in en we weten nu waarom we al die warme kleding in de hitte van Syrie bergop hebben gesjouwd. Hagel en natte sneeuw zijn op ons neergedaald, of beter gezegd in ons gezicht geblazen. Maar dan zijn er altijd die enorm aardige mensen die ons in hun huis uitnodigen voor thee en eten. Zoals de twee heren die hier voor ons uit lopen bijvoorbeeld.


In hun huis werd de kachel gestookt en werden we volop verwend.
De man in het bruine pak is de imam van het dorp en de rest is trots op de gasten. Fantastisch. Na de bui zijn we lekker verder gereden.

Toch gaat niet alles vanzelf. Van Tatvan wilden we de boot nemen naar Van. De man van het hotel had het over een boot om 7u en eentje om 14h. De eerste was te vroeg dus de middagboot werd het. Daar aangekomen was de boot stuk. İemand zei dat hij om 17u zeker zou varen. Een tweede man wist het beter, tussen 19u en 21u. Hij raadde ons de ochtendboot aan van 8u (?). OK, wachten leek geen zin te hebben. Dan maar de volgende ochtend. Voor de zekerheid maar om 7u paraat in het haventje en daar ontbijten. De boot was nog niet klaar en bovendien was de trein er nog niet die mee moest. Om 9u zouden we varen. Uiteindelijk gingen we om 10.30u weg. Go with the flow. Mooi tochtje trouwens!

Daarna nog twee fietsdagen tot aan de laatste plaats voor de Iraanse grens. Door langzaam maar zeker te stijgen komen we tot 2644m. We slapen in Çaldiran, de koudste plaats van Turkije en ontmoeten een stel jonge leraren met wie we een gezellige avond hebben. Deze super aardıge mensen gaan de volgende dag ook naar Dogubayazit waar ze Janneke helpen aan een pak voor Iran.

In Dogubayazit nemen we een dagje vrij voor een echte touristendag. We laten ons de hele dag rondrijden van attractie naar attractıe. De mooiste is wel het Ishakpaşa Palace van een Ottomaanse heerser uit de 19de eeuw.

Verder zien we de plek waarvan men vermoedt dat de Ark van Noach er ligt. En gaan we van een ijsgrot (Ice Cave) naar een heerlijk warme spa met vulcanisch water.

Op naar Iran!
Turkije bedankt voor alle thee en gastvrijheid!

Over Iran zullen we wat langer doen gezien de grote afstanden. We rekenen op een dikke maand, mede afhankelijk van de snelheid van afhandeling van de visumformaliteiten in Teheran. De visa voor Tadjikistan, Kyrgyzstan en China moeten we daar op de kop tikken.



Iran 2155km

35 dagen

14 mei tot 17 juni







Turkmenistan 415km
7 dagen
18 juni tot 25 juni

woensdag 7 mei 2008

Turkije




Syrië verlaten we met een hittegolf waardoor we na 12 uur ´s mıddags de laatste paar dagen in 40 C fietsten. Turkije komen we binnen met wat regendruppels en een heerlijke temperatuur. Het landschap is hier uitgestrekter waardoor we wat makkelijker kilometers maken. Maar...het Turkse asfalt bevat een zeer grove korrel. Dit is het type asfalt waarbij je met 5 skeeler-slagen de gummie wieltjes doet verdwijnen. Wij merken het op de fiets vooral wanneer we eindelijk mogen afdalen; trap je dan niet mee, dan kom je niet boven een lullige 9 km/u uit. Men is hier net zo vriendelijk als in Syrië en dit levert ons dagelıjks zo'n 20 kopjes thee op (zelfs als we alleen maar bij het tankstation stoppen om te plassen). Soms stopt er een auto om ons lekkers te geven en we krijgen complete maaltijden aangeboden bij tankstations waar altijd een groepje mannen zit te keuvelen. Als we op alle thee- en eetuitnodigingen in zouden zijn gegaan, waren we nog geen 20 km verder geweest. We reizen van Gaziantep -> Sanliurfa -> Siverek -> Diyarbakir -> Tatvan.
Als we niets vermoedend aan het avondeten zitten in Gaziantep, ontploft de stad ineens van vreugde: een uur lang toeterende auto's, feestende mensen, vlaggen, totale gekte en hossende massa's. Navraag leert dat Galatasaray zojuist heeft gewonnen van Fenerbache en nu 3 punten voor staat in de competitie...Dat zie je ze in Hengelo nou niet zo snel doen als PSV weer eens punten pakt van Ajax. Onofficieel komen we in Koerdistan nadat we de Eufraat gepasseerd zijn, vlak na Gaziantep. We ontmoeten dan ook veel Koerden, die ook weer net zo vriendelijk zijn als de Turken en de Syriërs. Opvallend is echter dat we in ieder land worden gewaarschuwd voor het volk in het komende land. Worden we in Libanon nog gewaarschuwd voor de Syriërs (goed op je paspoort en geld passen!), in Syrië worden we gewaarschuwd voor de Turken en de Turken waarschuwen ons weer voor de Koerden. De enige conclusie die wij kunnen trekken is dat iedereen tot nu toe zo verschrikkelijk aardig is.... We steken zowel de Eufraat als de Tigris over, zien veel oude stadsmuren, poorten en bruggen en ook hier vinden we veel Khans waar vroeger de Karavanen overnachtten. Veel wijdse landschappen met keien, groene heuvels zoals de windows achtergrond, kuddes schapen met herder en grote kuddes runderen die uit bronnen drinken. Het is in de plaatsen waar wij komen niet of nauwelijks toeristisch. We hebben dan ook meer aan handen en voeten dan aan ons engels. Soms is het moeilijk de lach te houden wanneer je 'thank you' zegt en je continu als antwoord 'very much' krijgt.

We hebben voor het eerst in ons tentje moeten slapen omdat er geen hotel meer bleek te zijn in Silvan. De politie regelt een schitterend grasplekje op een (beveiligd) schoolterrein. De engelse leraren kunnen mooi tolken en 's ochtends geven we het schoolhoofd de hand als alle leerlingen in kostuum keurig in rijen voor hem staan opgesteld. Tot nu toe hebben we gelukkig nog geen problemen gehad met de Turkse wolfshond, waar ik zo bang voor was. We hebben hem iedere keer nog op tijd kunnen spotten, dan snel de pedalen uitklikken, van de fiets springen en stilstaan. Meestal hoort er toch iemand bij de hond die te hulp komt met een steen, of vindt de hond een stilstaande fietser niet meer zo leuk. Gelukkig maar, want ze zien er echt angstaanjagend uit. De benen zijn daarna bij het wegfietsen helemaal slap van alle kortstondige spanning.

In Zyaret overnachten we in het enige hotel in de wijde omgeving. Het is er een van dramatische kwaliteit. Wanneer het zoontje van 10 van de hotelbaas komt met een emmertje om de wc door te spoelen laat Maarten weten dat er helemaal geen water uit de kranen komt. Bovendien wijst hij op de WC waar de sporen van de vorige gast die hier maanden geleden heeft geslapen nog aan pot en bril zitten. Hij maakt het jochie gebarend duidelijk 'die heb ik niet volgescheten!'. Het jochie wijst vervolgens naar zichzelf en schut nee 'ik was het ook niet'!. Maar hij heeft wel een idee. Een bezem wordt gehaald om de plee met oude stront te schrobben. Met dezelfde bezem wordt daarna ook even de badkamervloer gedaan. Onze schoenen zijn dus niet uitgeweest in het hotel en voor 50 cent konden we naar een schoon toilet bij het busstation aan de overkant.

Op het moment van schrijven zijn we in Tatvan, aan het Van meer (1770 mtr) waar we straks met de boot oversteken naar Van. Kunnen we straks niet zeggen dat we helemaal naar China zijn gefietst...Maar ja, die luiwammes van een Marco Polo zat volgens mij de helft van de tijd op een Kameel!

zaterdag 26 april 2008

Syrië 'Welcome!'

In Syrië starten we in Damascus, waar we onze ogen uitkijken, het is net een sprookje van duizend en een nacht; goud, zijde, snoep, parfum totale glitter en glamour op de markt. Kleine smalle straatjes, gesluierde vrouwen, de geur van specerijen en verborgen binnenplaatsjes met fonteintjes. De mensen zijn hier mogelijk nog aardiger dan in Libanon en overal waar we komen worden we begroet met 'Welcome!'. We hoeven maar ergens te stoppen langs de weg of we worden gewenkt binnen te komen voor thee. Soms voelen we ons net een koninklijk paar als iedereen naar de weg rent, zwaait en welcome! roept. De eerste associatie die wij hadden van een man in groen pak en rood-wit geblokte sjaal blijkt loodrecht tegenover dat van een vriendelijke agrarier te staan die ons in zijn huis wenkt.

Vanuit Damascus gaan we richting noorden (Homs) en hier lijkt het meer op een woestijn. Als we uur na uur klimmen met het zweet op de rug en alleen maar uitzicht op rood zand, wil ik (Janneke) nog wel eens wat wanhopen, maar Maarten (een ware Marco Polo) weet me iedere keer toch weer op te peppen. Richting Craq de Chavalier (een enorm kasteel van de kruisvaarders) wordt het eindelijk groen en vanaf daar zijn we eindelijk verlost van het snelweg-fietsen. Voor het kasteel nemen we een gids, want we dreigen direct te verdwalen. Helaas wordt deze gids niet met ondertiteling van het arabenglish geleverd, waardoor het kasteel toch nog een klein mysterie voor ons blijft.

Spannende momenten als de vers gekochte Nederlandse fietspomp helemaal niet op onze banden past, maar het hele dorpje helpt mee met een oplossing. Uiteindelijk kunnen we via een omgebouwde compressor lucht in de band krijgen, maar tot aan de grote stad Aleppo fietsen we met samengeknepen billen omdat we nu toch echt geen lekke band kunnen krijgen....In Apamea bezoeken we een oude Romeinse straat. We zijn de enigen (op een paar schapen na) en dat maakt het nog mooier. Door de gastvrijheid van iedereen hier komen we zo nu en dan bij de mensen thuis. Ik krijg vers geplukte rozen uit de tuin en Maarten wordt vergeleken met Marco van Basten. Waarom we weer vertrekken zonder even mee te hebben gegeten begrijpt niemand.
We maken behoorlijk zware etappes (rond de 80 km met veel klimwerk). Vooral na 12 uur is het soms niet te harden zo heet, een soort sauna waar je niet uit kunt. Het is nu daarom hoog tijd voor een rustdag in Aleppo.

Groetjes Janneke & Maarten

PS Bij nadere inspectie in het hotel blijkt de fietspomp verkeerd te zijn de gemonteerd in zijn verpakking. Na wat McGyver-achtige handelingen van Maarten doet hij het gewoon!

Libanon

Aanvankelijk voelen we ons een beetje ongemakkelijk in de stad gezien het met onze functionele kleding onmogelijk is om er niet als een tourist uit te zien (het staat nog net niet op ons voorhoofd getatoeeerd), maar al snel blijkt Beirut een zeer leuke en relatief normale stad te zijn waar je als toerist meer dan welkom bent. De stad is duidelijk nog wel in opbouw, er wordt vollop gebouwd aan luxe gebouwen maar anderzijds zie je overal de kogelgaten zitten in de niet-nieuwe gebouwen. Er is helaas geen uitzicht wegens de dikke laag smog.

Een collega van Maarten bezorgt ons een top avond door ons mee uit eten te nemen in een super restaurant. We roken de Hubblie-bubblie (waterpijp), doen veel nuttige adviezen op en hebben eten in overvloed. De fietsen zijn ongeschonden uit het vliegtuig gekomen en zijn start klaar. Ik word bloed nerveus bij de aanblik van de snelweg waar we een groot stuk over moeten. Het wordt een vreselijke etappe; dikke smog, tussen vrachtwagens, 35 km stijgen in 35 graden (yes yes, very hot today sir, like summer!). Af en toe steekt een Libanees zijn hoofd uit het raam om te roepen ' Why?!!' Het antwoord moet ik hem schuldig blijven. We worden echter ook zeer vaak toegejuichd, er wordt voor ons geklapt en gezwaaid. De afdaling maakt het zware werk echter (bijna) goed.

Vanuit Zahle, rijden we (onder aplaus) de dag daarna op en neer naar de tempels van Baalbek (gedeelte door de Beekaa vallei). Zeer de moeite waard. Overal waar we komen ontmoeten we aardige mensen en als we stoppen om onderweg te drinken stoppen er meteen auto's om te vragen of ze kunnen helpen. Na Baalbek alweer de laatste etappe in Libanon: Zahle naar Damascus (80 km).

Leukste vragen tot nu toe:
- Hoeveel vrouwen heb je normaal in NL?
- Willen jullie een Hezbollah shirt kopen? Nee? De vlag dan misschien?
- Aan Maarten: Is dat je vrouw? Is ze al zwanger?