Posts tonen met het label 5. Zuid-Oost Azie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 5. Zuid-Oost Azie. Alle posts tonen

woensdag 18 februari 2009

Maleisie

De laatste loodjes

Zoals dat hoort bij laatste loodjes, zijn ze zwaar. In dit geval meer mentaal dan fysiek. Na het verlaten van het Thaise paradijs moeten we in korte tijd nog ruim 600 km wegtrappen naar Kuala Lumpur. Via een hoofdweg. Dagelijks staren we urenlang naar asfalt terwijl we ons best doen uiterst links in de vluchtstrook te balanceren. De warmte en luchtvochtigheid nemen toe, even als onze weerzin. Na 4 dagen fietsen vragen we ons voor het eerst echt af waar we in hemelsnaam mee bezig zijn. Hier is niets aan! Planner Maarten buigt zich 's avonds over de kaart en komt met de redding:

We laten ons de volgende dag omhoog brengen naar de Cameron Highlands, de groentetuin van Maleisie. Hier is het mooi, inderdaad hoog, koel en groen. We relaxen hier 2 dagen, lopen door het oerwoud, over de theeplantages en eten versgeplukte aardbeien.

De allerlaatste fietsetappe is die van een (onverdiende) afdaling, een hele lange met geweldig uitzicht over de mistige jungle en enorme theeplantages. Onze mentale redding betekent wel dat we Kuala Lumpur niet fietsend kunnen halen en de laatste 150 km naar de hoofdstad leggen we slapend af, per bus.

In Kuala Lumpur vieren we de afsluiting van 'het avontuur van ons leven'. Het had alles: afzien, zweet en tranen, maar nog veel meer blijdschap, verwondering en extase. We zijn ongelooflijk trots en enorme bofkonten dit avontuur mee te hebben mogen maken.

Maar nu is het mooi geweest, we komen er aan! Op 14 februari zetten we weer wiel op nederlandse bodem en rijden we de áller állerlaatse kilometers van ons avontuur naar huis.

Wie dot mij wat, wie dot mij wat, wie dot mij wat vandage.
'k Hen de banden vol met wind, nee ik heb ja niks te klagen.
Wie dot mij wat, wie dot mij wat, wie dot mij wat vandage.
'k Soll wel zeggen ja het mag wel zo.

Skik – Op Fietse

Maarten en Janneke

dinsdag 3 februari 2009

Thailand

De Beloning

Thailand is een prachtig vakantieland, in het bijzonder voor uitgebluste fietsers als wij. De afgelopen maanden hebben we ons door de moeilijke momenten heengesleept met fantasien over Thaise stranden, Beach-resorts en lekker eten met Engelstalige menukaarten. Thailand heeft de verwachtingen meer dan waargemaakt.

Toch fietsen we al met al 1200km in Thailand in 13 fietsdagen, veelal over goede wegen, zonder bergachtige opstakels en altijd met de noordoostelijke droge moesonwind in de rug. Het is groen van de bossen, rijstvelden, palmolie- en rubberplantages. De mensen zijn als overal aardig en behulpzaam en in het zuiden herkennen we de bijzondere gastvrijheid die we eerder in andere moslimgebieden zijn tegengekomen. Het weer is fantastisch, al is het op de fiets soms flink zweten geblazen door de vochtige hitte.

Bijzonder is dat we Google Maps in de variant voor voetgangers de route laten uittekenen en dat we daardoor vaak via allerlei ongeasfalteerde wegen feilloos en zeer gericht onze bestemming bereiken. We treffen een aantal opvallende gebruiken aan. Zo staan er voor vele huizen prachtige, grote stieren te pronken. Je ziet ze niet werken op het land, vlees eet men hier zeer weinig en ze zien er uitzonderlijk sterk en gezond uit. Na enkele dagen komen we er achter dat het een hobby is; de mannen hopen een goede vechtstier op te voeden om er veel geld mee te verdienen. Degene die zich geen stier kunnen veroorloven storten zich op het houden van zangvogels. Ze verzamelen zich met hun brommers en vogelkooien en een jury bepaalt welk vogeltje het beste en langste zingt. Er wordt volop gewed en de eigenaar van het winnende vogeltje is apetrots als zijn vrienden ons gebaren de vogel te filmen.

De overige 24 dagen in Thailand brengen we heel anders door: nieuwjaar vieren in Bangkok, op bezoek bij Robert en Monique in Pattaya, cursus kitesurfen, Thaise massages, duiken bij Koh Tao, relaxen in een resort op Koh Lanta, snorkelen, grotten en natuurparken bezichtigen en tenslotte zeekayakken in Nationaal Park Tarutao. Dat is wat je noemt een beloning!

Na vier dagen kayakken in kalm, tropisch water brengen we een idee op aan onze gids. In het water leeft hier fluoriserend plankton dat zichtbaar wordt in de golven of als je er in het donker doorheen vaart. Wij willen daarom 's nachts kayakken! De gids vindt het prima. Onder de sterrenhemel licht het plankton schitterend op bij onze peddels. Aan de overkant merken we echter dat de wind flink sterker is geworden en we gaan snel terug. De golven en de wind maken het ons echt moeilijk en we doen ons best bij elkaar te blijven. Hierdoor hebben we weinig oog voor het plankton maar meer voor de lampjes op het eiland waar we heen willen. Veilig bereiken we uiteindelijk toch ons paradijselijke strand.

Nog tien dagen door Malaysie en we zijn weer thuis.

Gelukkig hebben we de foto's nog: http://picasaweb.google.com/maartenhovers

donderdag 8 januari 2009

Cambodja

Een laatste stunt

Na twee weken lang een vlakke weg met wind mee, gaan we het fietsen voor het eerst bijna saai vinden. Als we aankomen in Cambodja, Stung Treng, wachten ons nog eens 650 saaie kilometers naar de tempels van Angkor en daar worden we wat rusteloos van. Er zou ook een afsnij-route moeten bestaan, dwars door het binnenland maar daar is nauwelijks iets over bekend.....We nemen een volle dag om het eens goed uit te zoeken; internet, reisgidsen, landkaarten maar vooral rondvraag bij de bevolking. De adviezen variëren van 'absoluut onmogelijk' naar 'difficult but possible'. We hebben dus een sprankje hoop en besluiten het erop te wagen. We slaan eten in voor 3 dagen plus noodrantsoen en kopen de beste kaart die we kunnen vinden uit het interieur van een internetcafé. De adrenaline begint te stijgen en als de wekker 's ochtends gaat springen we haast uit bed, wat staat ons te wachten?!

Na het oversteken van de Mekong staan we dan met de fiets op een stoffige zandweg. Met wat geluk vinden we de afslag naar onze weg, een heus wandelpaadje dwars door de jungle. We stuiteren de hele dag over boomwortels, doorkruisen stroompjes, bukken voor enorme takken en lopen over wankele boomstam-bruggen. Zo nu en dan komt een scootertje ons tegemoet, of zien we een ossenwagen bij kleine hutjes. Doordat we ons topfit voelen en de grond van hard zand is, gaan we sneller dan gedacht. In dit gebied zijn nog veel landmijnen aanwezig, camperen in het bos is dan ook onverstandig. We zijn daarom erg blij als we in een dorp kunnen slapen bij mensen thuis.
Dag 2 gaat echter een stukje zwaarder met behoorlijke stukken mul zand waardoor we de fietsen veel moeten duwen en zelf in het stof happen. Het lukt toch de grotere plaats Preaher Vehear te bereiken en we voelen weer een ouderwetse triomf: het gaat ons lukken! 'S Ochtends zien we bij het wegrijden een groot veld waarop gevoetbald wordt en besluiten even te kijken. Binnen een minuut wordt Maarten gevraagd een wedstrijdje mee te doen met het lokale kersttoernooi. Veel teamleden spelen op blote voeten en de grensrechters vlaggen met een tak vol bladeren, maar men speelt bloedfanatiek en er is veel plubliek. Bij het eerste balcontact wordt hard gelachen en “Van Nistelrooy!” geroepen. Cambodjanen lachen sowieso zeer gemakkelijk, ze doen het de hele dag en het werkt enorm aanstekelijk. Als we onderweg een fietser inhalen, rolt de man bijna van zijn fiets van het lachen en hij blijft er een paar minuten in hangen. Of het nou uitlachen is of niet, we worden er in ieder geval super vrolijk van. Een teamgenoot van Maarten vraagt ons waar we naar toe gaan en als hij over de tempels van Angkor hoort, vraagt hij: “ waarom vinden alle toeristen die tempels hier toch zo leuk?”.
Dag 3 bereiken we de eerste tempel, Koh Ker, afgelegen in de jungle. Van de bewakers mag onze tent ernaast staan en bij de buurvrouw mogen we ons wassen. Ik krijg een sarong van haar aan en Maarten een gezellig rokje, zo kunnen we het water uit de waterton scheppen en ons wassen in de tuin terwijl de familie er omheen zit. In het schemer lopen we alleen langs de tempels, heel indrukwekkend. Het is kerstavond als we even later aan een geweldige campingmaaltijd voor ons tentje zitten op deze bijzondere plek. Ook de volgende dag mag onze tent naast een oude tempel staan, op de veranda van de bewaker. We sluipen s' avonds achter een tenger vrouwtje aan door de tempel naar alle mooie plekjes.
Na 5 dagen ploeteren, volledig bedekt in rood stof, maar met een glimlach van oor tot oor bereiken we Siem Reap. We hebben het geflikt! Dit binnendoor-avontuur hadden we voor geen goud willen missen. In de korte tijd dat we in Cambodja zijn geweest, zijn we heel enthousiast geworden over de bevolking. De mensen zijn altijd vrolijk, geinteresseerd en in staat de mooiste glimlach tevoorschijn te toveren. Nu resteren nog 2 dagen tot aan de grens met Thailand. Het is recht toe recht aan, maar het is zeker niet saai. De weg verkeert in dramatische staat en we voelen ons zelfs gedwongen stofkapjes te kopen. Gelukkig kunnen ze aan Thaise zijde meteen weer af. Op naar Bangkok voor Oud en Nieuw!

dinsdag 16 december 2008

Laos

Jewel of the Mekong

Wat een overgang! We dachten dat Yunnan al overgangsgebied was, maar zodra we de grens naar Laos passeren weten we heel precies waar de overgang ligt: exact daar. Aan Chinese zijde een en al bedrijvigheid en modernisering, in Laos slapende mensen in hangmatten en armoedige bamboehuisjes. Waar in China een een-kind politiek heerst, lijkt hier een wedstrijdje aan de gang te zijn.

Na 18 dagen onafgebroken fietsen nemen we een flinke pauze aan de Rivier de Ou, in een dorp alleen bereikbaar per boot. We hebben een bungalow met hangmatten aan het water en genieten van een geweldig uitzicht en van drie toeristenmaaltijden per dag. De nacht begint met maanlicht, vogelgeluiden en kikkergebrul en hij eindigt met mist en hanengekraai uit alle richtingen.

Daar laten we eindelijk de was weer eens doen, iets waar we enorme spijt van krijgen. De wasmevrouw denkt de volgende ochtend mij naar de boot te zien lopen en wil me nog gauw de was meegeven. Degene, die op mij lijkt (?), denkt dat iemand die al naar de boot is vertrokken zijn spullen in het guesthouse is vergeten en neemt de tas aan. Daar gaan dus alle fietsbroeken en -shirtjes...om ze nooit meer terug te vinden en dat lijkt rampzalig want probeer in Laos maar eens wielrenbroeken te vinden.

Per boot gaan we over de Ou en deels over de Mekong naar Luang Prabang, een stad die geheel op de werelderfgoedlijst is geplaatst en dat is goed te begrijpen. Vanaf China tot in Cambodja volgen we de Mekong die we steeds breder en machtiger zien worden.

In Luang Prabang vinden we een paar sportshirtjes en we besluiten het te gaan proberen met iets te strakke korfbalbroekjes zodat de huid tenminste beschermd is. Op weg naar Vientiane rijden we op die manier in de laatste bergettappe van onze reis ons oude klimrecord van dag 1 uit de boeken: 2050 hoogtemeters. Wanneer we drie Oostenrijkse fietsers tegenkomen vertellen we ons verhaal van de verloren kleren. Een van de drie heeft een oude fietsbroek die hij mij wel wil geven... ik twijfel even. Wanneer de andere me verzekeren dat het geen probleem mag zijn als ik hem twee of drie keer goed uitwas, hap ik gretig toe. Nood breekt wet! Voor Janneke vinden we in Vientiane uiteindelijk ook een fantastische Laos-style wieleroutfit.

Door de korter wordende dagen gebeurt het dat we twee keer in het donker door het bos naar onze bestemming rijden. Het bos komt tot leven en in het maanlicht cruisen we door het schemerduister, terwijl de vuurvliegjes ons de weg wijzen en de kikkers en vogels ons aanmoedigen ofwel waarschuwen. Niet een ervaring die we bewust nog eens op zouden zoeken, maar heel bijzonder was het wel.

In Vientiane eten we heerlijk gegrilde vis aan de Mekong met briljante zonsondergang, het is er gezellig! Van daar rijden we zuidwaarts naar de Cambodjaanse grens. We nemen een kleine omweg naar de grotten van Kong Lo en dat is de extra kilometers dik waard. Een mooie, dunbevolkte omgeving met karstbergen en veel bossen. Daar ergens breekt de bout van mijn zadel af, 30km voor het volgende dorpje...staand op de pedalen maak ik de etappe af . In het dorp vinden we gelukkig bij een brommerhandel een passende bout.

In Zuid-Laos liggen de Four Thousand Islands in de Mekong. Op een van deze eilanden rusten we twee dagen uit, vullen we onze reserves aan met goed eten en drinken en luieren wat in de hangmat onder de palmbomen. Ik moet zeggen dat het na zulke dagen soms moeilijk is weer op de fiets te stappen.

Na 600 vlakke kilometers zijn we nu bijna in Cambodja. Eigenlijk kijken we uit naar een nieuw land. Laos heeft een mooi landschap en het leven aan de rivier is op veel plaatsen heel ontspannen. Het is echter een land met een voor ons iets te hoge graad van luiheid. De mannen zijn onzichtbaar op het land, ze besluiten zich bij de pomp te gaan wassen op de meest vreemde tijdstippen, spelen met hun vechthanen en hangen in de hangmat voor het huis. De vrouwen zitten werkeloos voor een klein winkeltje met een handvol producten, kletsen met vriendinnen en letten wat op de kinderen, als ze die tenminste niet aan de borst hebben. Wat ze verder doen laat zich raden als je de enorm hoeveelheid kinderen in de dorpen ziet. Maar als iets zich de Jewel of the Mekong mag noemen, dan zijn het de kinderen van Laos. Ze zijn altijd vrolijk aan het spelen met het eenvoudigste speelgoed, ze lijken geen last te hebben van de armoede en missen geen Playstation 3. Als wij langskomen klinkt er een wave van kindergroeten door het dorp: Sabaidee!!!!!!!!!!!!!!!

We hebben onze geplande route wat gewijzigd om ook Cambodja en in het bijzonder de tempels van Angkor aan te kunnen doen. Ook onze eindbestemming en -datum zijn gewijzigd, die liggen nu wat verder weg. Op 13 februari vliegen we terug vanaf Kuala Lumpur. Zo kunnen we in Zuid-Thailand ook nog gaan doen wat de meeste mensen onder vakantievieren verstaan.